Interview met Herbert: Horecaondernemer op Kaapverdië

Het interview vindt plaats in restaurant Chez Pastis met Herbert, chef-kok en eigenaar. De piloten in het vliegtuig raadden ons dit restaurant al aan en onze behulpzame TUI-hostess ter plaatse, Sanne, wist een tafeltje voor ons te boeken en Herbert vooraf te informeren van onze interviewplannen.

Hoe komt een Italiaan met een Frans klinkend restaurant op een Kaapverdisch eiland terecht? “Heel simpel”, antwoordt Herbert (39 jaar). “Bij toeval. Ik had een druk bestaan en wilde even ontspannen. Als exportmanager van een bedrijf dat handelde in exclusieve houten vloeren, reisde ik veel”. Herbert had eerder al een opmerkelijke carrièreswitch gemaakt. Op zijn veertiende was hij gestart als ober en had daarna anderhalf jaar in een keuken gewerkt. De toenmalige chef was ziek geworden en Herbert had zijn plek overgenomen. “Maar ik wilde wat anders, wilde meer van de wereld zien en dat lukte als exportmanager prima”.

Advertorial
Language Lover

Het koken, chef zijn en een eigen restaurant hebben, liet hem echter niet los en hij was al bezig om in Italië een restaurant op te zetten, toen hij besloot om een lastminute vakantie te boeken. “Ik boekte een vliegticket naar de eerste de beste zonbestemming die beschikbaar was en dat werd Sal. We zijn inmiddels ruim tien jaar verder en ik ben hier nooit meer weggegaan.” Zijn beste vriend startte namelijk het inmiddels zeer succesvolle restaurant en Herbert zag zijn nieuwe toekomst direct voor zich. “Ik werk hier zeven dagen per week en ondanks het harde werken in zo’n kleine omgeving (het restaurant zit in een smalle steeg zonder dak en met maar zeven tafeltjes, red.), krijg ik er energie van. Het is mijn eigen kleine paradijs op aarde”. Er wordt met twee shifts per avond gewerkt, zo populair is het restaurant. En het zit elke avond vol. Als je voor de tweede shift een tafel weet te bemachtigen, kan het zomaar zijn dat er na het eten nog een klein feestje ontstaat.

Maar het is helaas niet allemaal pais en vree in het leven van een restauranteigenaar en zeker niet als je dat runt op een eiland als Sal. “Door de toename in toerisme hier op Sal, is de druk bij de douane toegenomen en ook de bureaucratie. Sinds juni 2016 wacht ik op het vrijgeven van een container met daarin maar liefst 4.000 kilo Braziliaans rundvlees. Het vlees waar mijn zaak bekend om staat. Dat betekent dat ik moet improviseren. Eigenlijk doe ik al ruim tien jaar niet anders, want op een eiland waar niets geproduceerd wordt, moet alles geïmporteerd worden. Ach, ik zie het als een uitdaging.” Herbert glimlacht en mengt zich als een ware gastheer onder de andere gasten, maar niet voordat hij eerst onze glaasjes limoncello nog een keertje bijschenkt.

0Shares
Stuur ons een bericht:

Not readable? Change text. captcha txt

Start typing and press Enter to search